Engels leren voor vakantie plannen: prijzen, data en vervoer vergelijken (B1)
Leer B1-Engels om samen een vakantie te plannen: vragen naar opties, prijzen en data vergelijken, vervoer kiezen en praktische afspraken maken.
Wil je Engels leren voor vakantie plannen met iemand anders? In het gesprek tussen Michael en Sarah zie je hoe twee mensen samen een zomervakantie proberen te regelen: ze bespreken plekken, een hotel aan een meer, prijzen in juli en juni, mogelijke data, vervoer en praktische zaken zoals vrije dagen en de zorg voor huisdieren. De reis zelf komt niet in beeld; het planningsgesprek is de kern van de les.
Deze studiehandleiding hoort bij die B1-luisteroefening en helpt je dezelfde taal zelf te gebruiken. Je leert hoe je naar opties vraagt, prijzen en vervoer vergelijkt, een alternatief voorstelt en instemt met een concreet plan. Ook lastige punten komen langs, zoals datums benoemen en "instead of" correct gebruiken. Zo kun je na het luisteren zelf een vergelijkbaar gesprek voeren.
De situatie en je leerdoel
Michael en Sarah plannen een zomervakantie naar een bergplaats. Michael heeft plekken gestuurd, ze bekijken een hotel aan een meer en vergelijken de prijzen in juli en juni. Daarna komen vragen aan bod: welke datum past, hoeveel vrije dagen hebben ze, en hoe reizen ze? Ook een familieafspraak, het budget en de zorg voor hun huisdieren spelen mee.
Je leerdoel is bescheiden maar praktisch: je hoeft geen perfecte reisagent te zijn, maar je moet wél kunnen meedenken. Aan het eind van de les kun je:
- de hoofdlijn volgen van een gesprek waarin twee mensen een vakantie plannen;
- vragen naar en reageren op opties, prijzen, data en vervoer;
- een voorstel doen en instemmen met een concreet plan;
- praktische belemmeringen benoemen, zoals tijd vrij vragen of een krap budget.
Bruikbaar Engels voor deze situatie
De zinnen hieronder komen uit het gesprek of sluiten er direct bij aan. Let bij elke zin op de toon: het zijn geen vaste formules die altijd passen, maar manieren om iets vriendelijk en duidelijk te zeggen.
Did you look at the places I sent you?
Deze vraag gebruik je als je iemand iets hebt gestuurd en wilt weten of diegene ernaar heeft gekeken. De toon is neutraal en informeel; tussen collega's of vrienden klinkt het prima. Wil je het iets voorzichtiger maken, dan zeg je bijvoorbeeld: "Have you had a chance to look at the places I sent you?" (extra voorbeeld, niet uit de opname). Dat klinkt beleefder als de ander het druk heeft gehad.
It is quite expensive in July.
Met "quite expensive" zeg je op een milde manier dat iets veel geld kost. "Quite" verzacht het oordeel: je zegt niet "het is belachelijk duur", maar je maakt wel duidelijk dat de prijs een probleem is. Handig in een gesprek waarin je samen een keuze moet maken zonder iemand af te vallen. Wil je juist benadrukken dat het te veel is, dan kun je zeggen: "That's too expensive for us." (extra voorbeeld).
Maybe we can go in June instead of July.
Dit is een klassieke manier om een alternatief voor te stellen. "Maybe we can..." klinkt open en uitnodigend; je legt geen beslissing op. "Instead of" gebruik je vóór een zelfstandig naamwoord of tijdstip: instead of July, instead of a hotel. Let op: zeg niet "instead July" en ook niet "instead of we go in June". Wil je een hele zin omdraaien, gebruik dan bijvoorbeeld: "We could go in June rather than July." (extra voorbeeld).
I have to ask my manager.
Deze zin gebruik je als je toestemming nodig hebt voor vrije dagen. "Have to" maakt duidelijk dat het niet optioneel is: het is een voorwaarde van je werk. De toon is neutraal en eerlijk. In een informeel gesprek kun je ook zeggen: "I need to check with my manager first." (extra voorbeeld). Dat klinkt iets minder zwaar en laat zien dat je het serieus wilt uitzoeken.
The train is cheaper than the plane.
Hiermee vergelijk je twee vervoersopties op prijs. Let op de combinatie: "cheaper than", nooit "cheaper as". Wil je het omgekeerde zeggen, dan wordt het "more expensive than". Bijvoorbeeld: "The plane is more expensive than the train, but it's faster." (extra voorbeeld). Zo vergelijk je niet alleen kosten, maar ook tijd — precies wat je bij het plannen nodig hebt.
Woordenschat die je nodig hebt
Deze woorden komen terug in vrijwel elk planningsgesprek. Leer ze in een zin, niet als losse lijst.
- hotel – een verblijfplaats met kamers en service voor gasten.
- apartment – een verblijfplaats met kamers en vaak een keuken; handig als je zelf wilt koken.
- manager – iemand die een team of bedrijf leidt; belangrijk als je vrije dagen wilt aanvragen.
- schedule – een planning van tijden voor werk of activiteiten.
- expensive – veel geld kostend.
- cheaper – minder geld kostend dan een andere optie.
- picnic – een maaltijd die je buiten eet.
- castle – een groot oud gebouw dat toeristen vaak bezoeken.
Zo gebruik je de taal in een echt gesprek
Een planningsgesprek heeft meestal een vaste volgorde: eerst peil je elkaars ideeën, dan vergelijk je opties, daarna stel je iets voor en uiteindelijk maak je afspraken. Die volgorde helpt je om niet alles door elkaar te zeggen.
- Peil de opties. "Did you look at the places I sent you?" of "What did you think of the hotel by the lake?"
- Vergelijk. "How expensive is it in July?" — "It's quite expensive. June is cheaper than July."
- Stel een alternatief voor. "Maybe we can go in June instead of July." of "An apartment is a good idea."
- Check de praktische kant. "Which weekend is that?" — "I have to ask my manager."
- Sluit af met instemming. "That works for me." of "Let's book the train, then."
Let bij datums op de natuurlijke formulering: "the second weekend of June", "the third week of July", "from the 21st to the 28th". Oefen de rangtelwoorden (first, second, third) en de voorzetsels (in June, on the 21st) apart, want daar gaat het vaak mis.
Veelgemaakte fouten en oefentips
De meest voorkomende fouten bij dit onderwerp zijn klein maar opvallend:
- Vergelijken: zeg "cheaper than", niet "cheaper as". En vergeet "than" niet: "The bus is cheaper than the train."
- Instead of: gebruik het vóór een zelfstandig naamwoord of tijdstip ("instead of July", "instead of a hotel"), niet vóór een volledige zin.
- Datums: oefen met "the second weekend", "the third week of June" en "from the 21st to the 28th" hardop, zodat de volgorde automatisch gaat.
- Te direct klinken: "That's too expensive" is duidelijk, maar kan bot overkomen. "It's quite expensive" houdt het gesprek open.
Om te oefenen kun je een rollenspel doen: de een stelt een bestemming voor, de ander vraagt naar prijs, datum en vervoer, en daarna wissel je. Gebruik daarbij een beperking, zoals een budget of een familieafspraak, en onderhandel met "I have to ask..." en "That works for me." Een prijsvergelijking tussen twee hotels of appartementen werkt ook goed: vraag "How expensive?" en kies met "cheaper than" en "instead of".
Luister nu naar de les en probeer daarna één reactie hardop: stel zelf een alternatief voor met "Maybe we can go in June instead of July" en kijk of je gesprekspartner daarop reageert met een datum of een praktische vraag.