Je wilt met je familie praten over een baan in het buitenland. Er is een agent die alles regelt, er is een ticket, een visum en een eerste maand zonder salaris. Hoe zeg je dat in het Engels zonder te vaag te klinken of te veel te beloven? Deze studiehandleiding hoort bij een les op B1-niveau over een familiegesprek in Addis Ababa, waarin een jonge vrouw haar moeder vertelt over een salonbaan in Dubai en haar om geleend spaargeld vraagt.

De moeder reageert met vragen en waarschuwingen. Precies daar zit de taal die je nodig hebt: een beslissing aankondigen, vragen stellen over salaris, huur, agentkosten en een lening, en voorzichtig vertrouwen tonen. Je leert hier geen losse woordenlijst, maar hoe je zo'n gesprek in het echt voert. Handig als je zoekt naar Engels voor een baan in het buitenland, of je nu een gesprek met familie of met een agent voorbereidt.

De situatie en je leerdoel

In de les zit je aan tafel bij een gesprek tussen Selamawit en haar moeder Almaz. Selamawit heeft haar fabrieksbaan opgezegd en wil via Hana in Dubai gaan werken. Ze vraagt haar moeder om het geleende spaargeld om de agent te betalen. Haar moeder stelt vragen over het ticket, het visum en de eerste maand zonder salaris, en waarschuwt voor de risico's.

Je leerdoel is functioneel: je kunt een groot plan aankondigen, doorvragen over geld en documenten, een waarschuwing herkennen en erop reageren, en beleefd maar duidelijk om bewijs of een belofte vragen. Je hoeft het gesprek niet na te vertellen; je oefent de zinnen die je zelf nodig hebt.

Bruikbaar Engels voor dit gesprek

Hieronder staan zinnen uit de les, met uitleg over betekenis, toon en gebruik. De voorbeelden zijn nieuwe voorbeelden, geen citaten uit de film.

I'm not asking for your permission. I'm telling you.

Deze zin kondigt een beslissing aan en sluit een discussie af. De toon is vast en kan bot overkomen; gebruik hem alleen als je echt wilt benadrukken dat je niet om toestemming vraagt. Bijvoorbeeld: *I'm not asking for your permission. I'm telling you: I've accepted the job.* Wil je het zachter maken, zeg dan: *I've made my decision, and I'd like your support.*

Afraid keeps you alive.

Een korte waarschuwing: angst kan je voorzichtig houden. De toon is wijs en een beetje streng, passend bij een ouder die bezorgd is. In een gesprek kun je ook zeggen: *A little fear is useful. It makes you check the details.* Let op: dit is geen advies om altijd bang te zijn, maar een plek waar voorzichtigheid helpt.

Will I get a receipt for this money?

Een praktische vraag om bewijs van betaling. Beleefd en direct tegelijk. Varianten: *Could I have a receipt, please?* of *Could you confirm the payment in writing?* Gebruik dit bij elke betaling aan een agent of tussenpersoon.

I trust you, but I will count it.

Deze zin toont vertrouwen en controleert tegelijk het geld. De toon is eerlijk en rustig, niet beschuldigend. Een uitbreiding die je zelf kunt gebruiken: *I trust you, but I'd like to count it together before I sign.* Zo blijft de relatie goed en heb je toch zekerheid.

Don't sign papers you don't understand.

Een duidelijke waarschuwing over contracten en documenten. De toon is direct en beschermend. Een beleefdere variant voor een gesprek met een agent: *Before I sign, could you explain this part to me?* Zo waarschuw je iemand én geef je hem de kans om uitleg te geven.

Woordenschat: geld, papieren en vertrouwen

Deze woorden komen vaak samen voor in gesprekken over werk in het buitenland. Leer ze in paren, zodat je weet wie betaalt en wie ontvangt.

  • salary – vast loon uit een baan, meestal per maand.
  • agent – iemand die een dienst of deal regelt, vaak tegen betaling.
  • commission – geld dat iemand krijgt voor het sluiten van een deal of het aanbrengen van een klant.
  • savings – geld dat je opzij hebt gelegd.
  • loan – geld dat je leent en later terugbetaalt.
  • visa – officiële toestemming om een land binnen te komen of te blijven.
  • receipt – bewijs dat er geld is betaald.
  • passport – officieel identiteitsbewijs dat je nodig hebt om te reizen.

Let op het verschil: je *verdient* een salary, je *betaalt* een fee of commission aan een agent, je *leent* een loan en je *houdt* savings apart. Een receipt en een visa zijn documenten, geen bedragen.

Zo gebruik je de taal in een echt gesprek

Begin met je plan, dan de kosten, dan de vragen. Die volgorde houdt het gesprek overzichtelijk.

  1. Kondig je plan aan: *I've decided to take a job in Dubai. Hana says everything is arranged.*
  2. Noem de kosten: *The ticket is about 400 dollars, and the agent's fee is separate.*
  3. Vraag naar zekerheid: *What is the name of the agency? Could you confirm the salary in writing?*
  4. Reageer op een waarschuwing: *You're right. I'll ask for a receipt before I pay anything.*
  5. Maak een afspraak over de lening: *I'll pay you back from my first salary. Can we write that down?*

Bij gemelde afspraken gebruik je *Hana says…* of *She said…*. Let op de verschuiving: *She said she would send the contract.* Zo houd je bij wie wat heeft beloofd.

Veelgemaakte fouten en oefentips

De grootste valkuil is geldwoorden door elkaar halen. Zeg niet *I will pay the salary to the agent* als je bedoelt dat je de agentkosten betaalt. Oefen met sorteren: wat verdien je, wat betaal je, wat leen je, en wat is een document?

Een tweede valkuil is te direct of te goedgelovig klinken. *Give me a receipt* klinkt onvriendelijk; *Could I have a receipt, please?* is beleefd en duidelijk. En zeg niet meteen *Everything is fine* als je iets niet hebt gecontroleerd. Vraag liever: *Could you confirm the address and the payment date?*

  • Rollenspel: de een kondigt een baan in een andere stad aan en vraagt om een lening; de ander vraagt naar salaris, huur en reiskosten en geeft één waarschuwing.
  • Berichten doorgeven: lees een kort bericht van een agent voor en laat de ander het samenvatten met *She said…* en *He told me…*.
  • Bewijs vragen: schrijf drie beleefde zinnen om een baan, een betaling en een document te bevestigen.

Start nu de les en luister naar het familiegesprek. Kies daarna één reactie en zeg die hardop: *I trust you, but I will count it.* Of pas hem aan jouw situatie aan en oefen meteen verder.